|
|
||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||
|
|
|
|
Links |
Rechtdoor |
Rechts |
Ogen die zijn "dichtgeslagen": rechteroog dicht en linker open dan moet je links. Het oog dat open is geeft de kant aan die je op moet. Twee ogen open is rechtdoor.
|
|
|
|
Links |
Rechtdoor |
Rechts |
Hieronder is een voorbeeld gegeven van hoe zo'n stripkaartroute eruit zou kunnen zien. De hiker begint met zijn stripkaart op de stip, en in werkelijkheid gaat hij het rode lijntje volgen van onder naar boven. Hij komt eerst bij een kruispunt. Daar moet hij twee wegen aan zijn linkerkant laten liggen. Op een kruispunt betekent dit dus dat hij rechtsaf moet slaan. Daarna moet hij eerst een weg rechts laten liggen, en daarna twee wegen links. Bij die tweede weg links betekent dat dat hij zélf rechtsaf moet slaan.
Als een doolhof gebruikt wordt als routetechniek, is het doolhof nog het beste te vergelijken met de stripkaartroute. Je krijgt een plaatje van een doolhof te zien, waarbij maar één route van de ingang naar de uitgang loopt. Dit is de route die je moet volgen. De zijwegen die je moet laten liggen, kun je in het doolhof terugvinden.
Dit is een voorbeeld van zo'n doolhof. Stel dat links de ingang is, en rechtsboven de uitgang.
Dan ga je eerst niet rechtdoor maar links. Dit gebeurt dan ook in het echt. Dan niet rechts, maar rechtdoor etc..
De hoofdpijnkaart is een dubbel gekopieerde kaart die een afwijking heeft gekregen. Er zijn twee variaties van de hoofdpijnkaart: Een spiegelbeeldkaart: de kaart is in spiegelbeeld afgedrukt. Negatieve kaart. Het negatief van de kaart is afgedrukt.
Hier is een voorbeeld waar zowel de foto negatief en gespiegeld. Dit kun je ook doen met een kaart.
Op een stuk papier is een (kronkelige) lijn getekend. Het ene uiteinde van de lijn is het begin van de route. Vaak weet je waar dat beginpunt is, bijvoorbeeld omdat je daar begint met je tocht. Je legt het begin van de lijn op een stafkaart gelijk met het punt waar je je bevind. Je moet het doorzichtige papiertje (het oleaat) dan zo draaien dat de lijn samenvalt met de wegen en paden op de kaart. De lijn geeft dan precies aan hoe je moet lopen.
Om het moeilijker te maken kun je het oleaat ook verkleinen of vergroten!
Dit is een vorbeeld van een oleaat. Je krijgt bij het oleaat een kaartje waar je hem opleggen kan om de juiste route te vinden.
Bij een blinde vlek ontbreken delen van de kaart. Je moet met goed nadenken of gokken de route bepalen die je moet lopen. Hieronder is een voorbeeld van een blinde vlek kaart. Normaal gesproken staat de route die je moet volgen erop getekend.
Je moet het tegenover gestelde doen van wat de zin zegt. Staat er ga niet rechtsaf dan moet je wel rechtsaf. Staat er ga linksaf dan moet je dat juist niet doen maar de andere weg nemen.
Je moet goed om je heen kijken en vooral achteruit. De foto’s zijn vanaf de ander kant gemaakt. Ze laten niet zien waar je heen gaat maar waar je vandaan kwam. Zo kan je de achterkant van een bord zien in plaats van de voorkant.
Dit is daar een voorbeeld van.
Zoek de weg bij de foto. Door de foto’s goed te bekijken zie je waar je heen moet.
Er zijn twee soorten kloktijden:
De makkelijke variant is dat de grote wijzer zegt waar je heen moet. Staat er 12.45 dan moet je linksaf omdat de grote wijzer op de 9 staan en naar links wijst. Bij 12.15 moet je rechtsaf omdat de grote wijzer dan op de 3 staat.
Bij de andere manier zegt de kleine wijzer waar je vandaan komt en de grote wijzer zegt waar je naar toe moet. Staat er 6.00 uur dan moet je rechtdoor. De 6 zegt waar je staat en vandaan komt en de 12 zegt dat je rechtdoor moet.
Er staat duidelijk aangegeven welke van de twee gebruikt wordt. Stel dat er gegeven wordt, 15.00. Dan zet in je gedachten de klok om naar:
Manier 1: De grote wijzer wijst de twaalf aan, dit betekent rechtdoor.
Manier 2: Draai in je hoofd de klok zodat de kleine wijzer naar je navel wijst. Zo dus:
Omdat de grote wijzer nu naar rechts wijst, moet je rechtsaf slaan.
Copyright © 2010 Scouting Admiralengroep, Uithoorn